Heemkring-zonnebeke
  • Onze deelgemeenten
    • Beselare
    • Geluveld
    • Passendale
    • Zandvoorde
    • Zonnebeke
  • Geplande activiteiten
  • Voorbije activiteiten
  • Documentatiecentrum
    • Toegankelijkheid
    • Bibliotheek & archief
  • Onze geschiedenis
  • Publicaties
    • Het Zonneheem
    • Andere
    • Boek Kurt Ravyts
  • Heemkundige projecten
    • Doza project
    • Vluchtelingen 14-18
  • Interessante links
  • Bestuur & contact
Social media

VOORBIJE ACTIVITEITEN
​

Deel 2 van Wit Zwart of vele tinten grijs voorgesteld in OC De Leege Platse

Onder ruime belangstelling werd deel 2 in de reeks van vier Wit Zwart of vele tinten grijs van auteur Kurt Ravyts op vrijdag 7 november 2025 voorgesteld in OC De Leege Platse in Beselare (Zonnebeke).

De Zonnebeekse Heemvrienden kozen voor een boeiend sofagesprek tussen Kurt Ravyts en Christophe Busch, aaneengepraat door gastvrouw Dannie Welvaert.

Christophe Busch is dé Vlaamse expert in collectief geweld, gespecialiseerd in de aanpak en studie van radicalisering en polarisering binnen de samenleving. Hij was al heel jong geboeid door de Holocaust. Na zijn master in de Criminologie, studeerde hij verder, werd master in de Holocaust and Genocide Studies en doctoreerde op een proefschrift Picturing Perpetration: the Holocaust seen through “the image as message”

Het grote publiek kent hem allicht als auteur van ‘De duivel in elk van ons’, een studie die daderschap onderzoekt tijdens de Holocaust, met ondertitel: hoe kunnen schijnbaar gewone mensen verworden tot daders van vreselijke misdaden.

Busch is ook de stichter en directeur van het Hannah Arendt Instituut. Ervoor was hij onder meer directeur van de Kazerne Dossin. Hij is ook gastprofessor aan verschillende universiteiten.
Kurt Ravyts kennen we als auteur van ‘Burgeroorlog in Beselare’ over de razzia van 23 juli 1944, waarin hij onderzoekt wat de aanleiding was tot de razzia en wie bij de razzia betrokken waren. Maar hij publiceerde ook uitgebreid over de regio Brugge en Tielt en schreef veel bijdragen voor de jaarboeken van het studiecentrum Joris Van Severen.

Na het verschijnen van het boek over Beselare, kreeg hij nieuwe informatie die hem toeliet de ontbrekende stukjes van de puzzel te leggen, maar hij kreeg ook toegang tot privé-archieven en andere bronnen die het mogelijk en voor de auteur noodzakelijk maakten om die vierdelige reeks te schrijven over wat zich kort voor, tijdens en kort na Wereldoorlog II in onze regio heeft voorgedaan.

Kurt Ravyts en Christophe Busch gingen met elkaar in gesprek over thema’s die ook vandaag nog actueel zijn: daderschap, radicalisering, polarisering …

Op basis van zijn jarenlang onderzoek naar daderschap, ziet Busch een evolutie van ‘Hitler en zijn trawanten zijn de daders’ naar een zeer genuanceerde benadering van daderschap waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen ‘crimes of intent’ – overtuigde aanstokers en actieve deelnemers aan de misdaden – en crimes of obedience – daders die bevelen opvolgen.

Anderzijds kunnen we ook de ogen niet sluiten, aldus Kurt Ravyts, voor eenvoudige mensen voor wie in een fabriek werken of op een vliegveld, gewoon een kwestie was van overleven – in de woorden van Bertold Brecht in de Driegroschenoper: erst das Fressen, dann die Moral.

Beide auteurs zijn het erover eens dat nuance, de vele tinten grijs, cruciaal zijn in het beoordelen van feiten die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben voorgedaan.

Beide auteurs belichten in hun werk Marcella Gombeir, dochter van een gegoede familie uit Poperinge, een familie die zo sterk radicaliseerde dat de zoon Oostfrontvrijwilliger en adjudant van Leon Degrelle werd terwijl drie dochters actief betrokken raakten bij nationaalsocialistische organisaties en zelfs naar Duitsland trokken. De oudste, Marcella, werd uiteindelijk kampbewaakster in Auschwitz.

Beide auteurs tonen met deze casus aan hoe vaak nog zeer jonge mensen zo kunnen radicaliseren dat ze afglijden en elk moreel besef verliezen.

Zowel Christophe Busch als Kurt Ravyts kregen unieke documenten in handen.
Busch kon samen met andere experts het Höcker fotoalbum uitgeven, het familiealbum van de adjunct van de kampdirecteur van Auschwitz. Het album verbijstert door de banaliteit van de foto’s, het dagelijks leven van deze familie, terwijl ze eigenlijk naast een concentratiekamp wonen. En weldra wordt nog een bijzonder album uitgegeven, een album over een Vlaamse familie die voor IG Farben werkte, ook al in de periferie van Auschwitz. Beide albums tonen aan hoe mensen in hun dagdagelijks leven blijkbaar volkomen voorbijgingen en geen oog hadden voor de gruwel die zich in de concentratiekampen afspeelde.

Ook Kurt Ravyts kreeg toegang tot een uniek album: een privé-album van de familie De Rynck, persoonlijke vrienden van Leon Degrelle. Vader was amateurfotograaf en de familie volgden Degrelle naar alle bijeenkomsten van Rex in België. Het album geeft een unieke inkijk in het leven van deze familie en haar banden met Degrelle. Een selectie werd opgenomen in deel 2 van Wit Zwart en vele tinten grijs.

Een thema waar beide auteurs niet aan voorbij konden: hoe belangrijk is het om 80 jaar na Wereldoorlog II nog nieuwe feiten bloot te leggen. Zowel Busch als Ravyts wijzen op het belang om die nieuwe informatie met het brede publiek te delen. De eerste generatie na de Tweede Wereldoorlog had het vaak moeilijk om hier met hun ouders over te spreken, ongeacht aan welke kant ze stonden. Er was een zekere omerta. Er waren diepe wonden, niet verwerkte gebeurtenissen, het stigma …

Deze generatie heeft dat niet meer. Niemand is verantwoordelijk voor het gedrag van vorige generaties, wat ook de motivering ervoor was. Hierdoor worden meer bronnen bekend, vooral dan op niveau van gemeenten en families. Hoe meer informatie bekend is, gepubliceerd wordt met respect bronnen en juiste toedracht, hoe beter kunnen we begrijpen waarom bepaalde feiten zich hebben voorgedaan en zelfs tot op vandaag hun schaduw werpen.

Tot slot bogen beide auteurs zich over de vraag of een gedegen kennis van het verleden, ons kan behoeden voor herhaling in het heden. Busch toont aan dat het verleden zich niet herhaalt. Het is belangrijk dat we patronen herkennen die aanleiding kunnen geven tot explosieve situaties. Als we de patronen herkennen, dan kunnen we proberen om daar verandering in te brengen. Eenvoudig is dat echter niet.

Opmerkelijk in een tijd waar zovelen meteen met een oordeel klaar staan: noch Busch noch Ravyts oordeelt over de feiten die ze beschrijven. Nauwgezet, sereen, historisch nauwkeurig leggen ze de lezer feiten voor. Het doel is bij beide auteurs gelijk: het is de lezer die zich een mening moet vormen, die moet reflecteren, die voor zichzelf moet uitmaken waar hij staat tussen verleden en toekomst en welke weg hij moet gaan.

Na deze zeer gesmaakte gedachtewisseling nam burgemeester Koen Meersseman het woord. Hij wees op het belang van de herinneringseducatie en op de bijzondere rol die de gemeente Zonnebeke hierin kan spelen. De slag bij Passchendaele, het Passchendaele Museum 1917, die aan de Eerste Wereldoorlog herinneren, maar ook de Stolpersteine die de helden van de Tweede Wereldoorlog eren en eigenlijk – zo maakte Koen Meersseman een belangrijke brug – ook de heksenvervolging, centraal in het beleven in deelgemeente Beselare. Verdraagzaamheid, onverdraagzaamheid, radicalisering, moed en zelfopoffering. Het zijn aspecten van onze samenleving en het is aan de samenleving om de juiste keuzes te maken.

Koen Meersseman mocht daarna symbolisch het eerste boek overhandigen aan Kurt Ravyts en het tweede aan Christophe Busch, waarna hij ook een boek mocht ontvangen van Charles Bayart, voorzitter van de Zonnebeekse Heemvrienden.

De avond werd afgesloten met een dankwoord van voorzitter Charles Bayart en een signeersessie van Kurt Ravyts.

​

 

PROCLAMATIE SCHRIJFWEDSTRIJD 2025 

Picture
Op dinsdag 13 mei 2025 vond de proclamatie van de jaarlijkse schrijfwedstrijd van de Zonnebeekse Heemvrienden plaats. Thema was de plaatselijke geschiedenis van Groot-Zonnebeke. De leerlingen kunnen daartoe inspiratie halen uit verhalen van familie, vrienden en kennissen, uit gebouwen of voorwerpen met een bijzonder verleden, uit documentatie die ze in de bib van de heemkring kunnen raadplegen of uit onze databank met nu bijna 5.000 namen van inwoners van Groot-Zonnebeke die voor WO I op de vlucht gingen.

Eddy Lesage, bestuurslid en organisator van de schrijfwedstrijd, verwelkomde de aanwezige leerlingen met hun ouders en grootouders en de leerkrachten van de deelnemende scholen in Zonnebeke.
Hij gaf meer uitleg over de wedstrijd toe en lichtte het verloop van de avond toe.
Daarna nam Joachim Jonckheere, schepen voor onder meer Erfgoed en zelf historicus, het woord. In een bevlogen speech nam hij de kinderen (en de volwassenen) mee in de meerwaarde en het belang van erfgoed voor elke generatie. Met voorbeelden die iedereen kon herkennen, schetste hij een beeld van de verschillende vormen van erfgoed. Door de kinderen bij zijn verhaal te betrekken, hen zelf voorbeelden uit hun leefwereld te laten geven, legde hij brugjes met het onderwerp.
Mevrouw Annelies Druart lerares Nederlands aan het lyceum te Ieper en voorzitter van de jury, lichtte daarna de criteria toe die door de jury waren aangelegd bij de beoordeling van de werkjes.
Zo kregen de leerlingen punten voor inhoud, maar ook voor taal en stijl, voor het opzoekingswerk op de website van de Zonnebeekse Heemvrienden, met name de databank van de inwoners die Zonnebeke ontvlucht waren tijdens de Grote Oorlog en op West-Vlaanderen verbeeldt, maar ook voor de foto’s die ze bij hun werk gebruikt hadden en voor de link met Zonnebeke.
De laureaten waren: Edward Vaux  (Het veld op met werkpaard Pol ), Janne Depuydt (Het leven van André Winne als mijnwerker), Zoë Simoen  (Krijgsgevangenenkamp), Arnaud Josson ( De oorlog is voorbij, het leven gaat verder), Apolline Vanhoutte (Het Zonnebeekse moederhuis) en op een gedeelde zesde plaats:  Olivia Delva (Anneke en de nieuwsgierig stier), Lucas Depuydt (Het mysterie van de kaasmakerij),  Warre Van der Meulen (De Graaf van ’s Graventafel).  
Organisator Eddy Lesage vroeg daarna tien ouders of grootouders uit het publiek voor een leuke weetjesronde. Met zitten en opstaan moest het goede antwoord gegeven worden op vragen over Zonnebeke. De winnaars kregen uit handen van Charles Bayart, voorzitter van de Zonnebeekse Heemvrienden, een mooi boek over Zonnebeke.
Leerlingen, ouders, grootouders en leerkrachten werden daarna vergast op een schitterende show door illusionist Koen Bossuyt. Koen Bossuyt, van opleiding onderwijzer, is één van de gelukkigen die erin slagen van hun hobby hun beroep te maken. Twintig jaar later is hij nog even enthousiast en dat gold ook voor zijn publiek.
“Bij goochelen komt meer kijken dan alleen de kennis van het geheim van de trucs. Een belangrijke rol spelen ook het gevoel om van goochelen een kunst te maken en de techniek van de presentatie.” schrijft hij op zijn website en daar kon het enthousiaste publiek ten volle van meegenieten. Hoe kwam de ring van juf Ellen in een afgesloten hoesje in de binnenzak van Koen Bossuyt? Hoe was het mogelijk dat willekeurig gekozen kaarten in een gesloten envelop zaten? Bijzonder leuk was dat Koen Bossuyt ook een trucje toelichtte … een uitdaging voor het eerstvolgende familiefeest!
 

Your browser does not support viewing this document. Click here to download the document.

Eerste verzetscafé huldigt vier Zonnebeekse helden van het verzet

Picture


Het OC De Leege Platse zat vrijdag 14 maart 2025 afgeladen vol voor het eerste Verzetscafé, een initiatief van de Zonnebeekse Heemkring in samenwerking met de organisatie Helden van het Verzet en de gemeente Zonnebeke.


De setting was dan ook uniek: vier familieleden evoceerden de heldendaden van hun vader, grootvader, grootoom en groottante, heldendaden die hen tekenden voor het leven, heldendaden die hen ook het leven ontnomen hebben.
​
Charles Bayart, voorzitter van de Zonnebeekse Heemkring verwelkomde de aanwezigen. Danny Neudt van Helden van het Verzet situeerde verzet en collaboratie tijdens Wereldoorlog II en wees op de zware consequenties die kiezen voor het verzet vaak had niet alleen voor de betrokkenen, maar ook voor hun dierbaren. Hij ging in op toenemende belangstelling voor en erkenning van het verzet in Vlaanderen en op de vaststelling dat vrouwen in het verzet vaak onderbelicht bleven.
André Hauspie zette de toon met een ingetogen stuk op de bagpipes.

 ​Marcel Bouckenooghe verteld door zijn achterneef Marcel Bouckenooghe
Marcel Bouckenooghe trad in 1942 toe tot het verzet. Hij groeide door tot Sectieoverste van het Geheim Leger, afdeling Beselare. Hij was één van de slachtoffers van de razzia in Beselare in de nacht van 22 op 23 juli 1944. Hij werd weggevoerd, eerst naar Roeselare, dan naar Gent en dan op 31 augustus 1944, in beestenwagens, rechtopstaand, samengeperst met andere weggevoerden, naar het kamp Neuengamme. Daar werd hem een kampnummer op de arm getatoeëerd, het ultieme verlies van de eigen identiteit. Het regime was onmenselijk. In april 1945 begon de ontruiming van het kamp door de Duitsers. Ze wisten dat ze de oorlog zouden verliezen en probeerden het bestaan van concentratiekampen uit te wissen. Slechts 2500 krijgsgevangenen zouden de evacuatie en het transport naar overleven. Na de bevrijding op 4 mei 1945 werd hij werd opgevangen door de Amerikanen in het ziekenhuis van Ludwigslust. Er is nog een foto bewaard van Marcel Bouckenooghe, uitgemergeld en verzwakt, maar met een dankbare glimlach op het gezicht. Helaas, de ontberingen waren te zwaar geweest. Hij overleed in de nacht van 7 op 8 mei 1945.
Marcel Bouckenooghe, zijn achterneef, vertelt verder dat hij jarenlang dacht dat zijn grootoom begraven lag op het kerkhof in Beselare. Tot hij vernam dat dit een gedenksteen was. Zijn grootoom is op een onbekende plek in Duitsland begraven.
Bij zijn geboorte zei de arts, dokter Defever, zelf ook een overlevende van Büchenwald, die zijn moeder bij de bevalling hielp: “Ziehier de nieuwe Marcel Bouckenooghe”. En zo geschiedde.

André Deseyne verteld door zijn zoon Alex Deseyne
André Deseyne zou zijn oorlogsmemoires pas 50 jaar later neerschrijven voor zijn familie. Zes exemplaren waren er. Na zijn dood mochten ze publiek gemaakt worden.
Hij gaf zijn verhaal de titel: De oorlog duurde zes jaar.
André Deseyne werd geboren in 1921. Hij studeerde in 1941 af als onderwijzer en vond dankzij de burgemeester werk als bediende op het gemeentehuis. Zijn vader was opgeëist door de TODD en moest in Frankrijk werken. Toch kon hij na een verlofperiode vanaf 1941 in Zonnebeke blijven.
Vanaf 1942 kon André Deseyne aan de slag als onderwijzer tot ook hij opgeroepen werd voor verplichte tewerkstelling in Duitsland. Dankzij de tussenkomst van een studiegenoot die voor de Werbestelle in Ieper werkt, krijgt hij vrijstelling tot november 1943. Bij een nieuwe oproep meldt hij zich niet meer. Hij wordt tegengehouden door Feldgendarmen, maar hij wordt gered door de burgemeester die uitlegt dat hij als onderwijzer niet naar Duitsland moet. Uit voorzorg duikt hij onder en brengt de nacht bij vrienden van ouders door. Overdag blijft hij lesgeven. Zo gaat het zeven maanden lang. De Feldgendarmen blijven hem opsporen, maar hij kan uit hun handen blijven. Uiteindelijk kan hij geen les meer geven. Het is te gevaarlijk en hij wisselt drie onderduikadressen af om niet opgepakt te worden. De oorlogsellende heeft toch een zilveren randje want André Deseyne wordt verliefd op de dochter Mestdagh en dat is wederkerig.
Begin september 1944 wordt Zonnebeke bevrijd. De nog aanwezige Duitse legereenheden zien in dat ze beter vluchten. Ze laten hun materieel achter op de hoeve Mestdagh. André Deseyne gaat op 11 september 1944 weer lesgeven. Op 8 mei 1945 geeft Duitsland zich definitief over.
André Deseyne wordt opgeroepen voor zijn militaire dienstplicht. Tot mei 1946 vervult hij zijn dienstplicht in Duitsland, bij de bezettingstroepen in Luneburg. Op 7 november 1946 kan hij eindelijk trouwen met zijn grote liefde. Op 8 oktober 1947 wordt zijn zoon Alex geboren.
Zoals Alex Deseyne besluit: Het had ook anders kunnen lopen.

Bruno Schoutteten verteld door zijn kleinzoon Wim Schoutteten
Het verhaal van de familie Schoutteten is een tragisch verhaal over vier leden van eenzelfde gezin die gedeporteerd werden. Drie ervan kwamen niet terug: de vader en twee van de zonen. Enkel de dochter, Germaine, overleefde de verschrikkingen van het concentratiekamp.
De grootvader van Wim Schoutteten werd op 3 september 1944 midden in de nacht van zijn bed gelicht. Zijn echtgenote was op dat moment zwanger van een derde kind. Het gezin was het slachtoffer geworden van Duitse represailles na een aantal verzetsdaden in 1944. Zoals zovelen werd hij eerst naar Roeselare overgebracht, dan naar Gent en vandaar werd ook hij in beestenwagens zonder eten of drinken, staand, samengeperst, vier dagen en nachten lang naar Duitsland overgebracht.
In het concentratiekamp heerste een onmenselijk wreed regime. Ze moesten in de steenbakkerij werken, klei aanvoeren in wagonnetjes die ze zes kilometer ver moesten duwen, ze kregen stokslagen als het niet snel genoeg ging, het appèl duurde uren en wie niet kon blijven rechtstaan, moest het bekopen met nog meer zweepslagen.
De krijgsgevangenen kregen nauwelijks te eten en velen stierven van ontbering. Zo ook Bruno Schoutteten. Op 14 november 1944 stierf hij in de bak die hem tot bed diende, volledig uitgemergeld. Zijn lichaam werd verast in het crematorium en verstrooid in de moestuin van de SS.
Pas na de overgave van Duitsland op 8 mei 1945 sijpelde het trieste nieuws door tot in Zonnebeke. De broer van Bruno, Maurice, was tien dagen voor zijn broer bezweken. De vader was omgekomen bij een bombardement van de geallieerden. Alleen Germaine, de zus van Bruno en Maurice, overleefde de kampen.
De grootmoeder bleef achter met haar drie kinderen. Ze sprak niet over de oorlog. Rechtte haar rug en trok haar plan. Het trauma bleef.
Wim Schoutteten besluit: Opa, je werd als politiek gevangene erkend. Je bent een held van het verzet.

Rachel Beheyt verteld door haar achterneef Koen Meersseman‘
Tante Cèle ’ was de zus van zijn overgrootmoeder. Ze werd geboren op 23 augustus 1918. Het gezin telde 9 kinderen, waarvan er slechts enkelen de volwassen leeftijd bereikten.
In de zomer van 1944 bereikte de polarisatie tussen verzet en collaboratie een hoogtepunt.
Marcel, haar jongste broer, was lid van de Partizanen. Het vermoeden bestaat dat Rachel dat ook was. Misschien was ook haar vader lid.
Op 31 juli 1944 wordt Rachel met haar broers en anderen opgepakt door de Duitsers. Iedereen wordt op gruwelijke wijze in mekaar geslagen, ook Rachel, in die mate zelfs dat de groep in Roeselare in een aparte ruimte opgesloten wordt zodat niemand zou zien hoe ze door de Duitsers toegetakeld waren.
Op 14 augustus 1944 wordt Rachel overgebracht naar Kortrijk. De mishandelingen duren voort. Vandaar gaat het naar Brugge, waar ze toch verzorgd wordt door de Zusters van Liefde, maar al na drie dagen wordt ze overgeplaatst naar Gent.
Op 3 september 1944 wordt Rachel op transport gezet naar Duitsland. Het scenario herhaalt zich: rechtopstaand, opeengeperst in beestenwagens, geen eten, geen drinken. Het transport wordt geregeld gebombardeerd en dan moeten ze de trein verlaten in zich onder bewaking in het bos schuilhouden.
Uiteindelijk belandt ze in het beruchte concentratiekamp van Ravensbrück. De omstandigheden zijn verschrikkelijk. Drie dagen en nachten moeten ze buiten staan. Alles, ook hun kleren, moeten ze afgeven. Ze worden verplicht een dun, door overleden krijgsgevangenen gedragen jurk te dragen en aan hun voeten krijgen ze slecht gemaakt klompen met spijkers die in hun voetzolen prikken. Ze krijgen een rode driehoek opgespeld. En een nummer. Rachel Beheyt is voortaan krijgsgevangene 68287.
In december 1944 mag ze een paar maanden in de Siemens fabriek werken. Het is er minder koud en het labeur is minder hard.
Na drie maanden moet ze terug naar Ravensbrück. Met kerst duurt het appèl zeven uur. Zeven uur moeten ze rechtstaan in de koude, terwijl de Duitsers dronken rondlopen en zich amuseren. De bewaakster stuurt haar hond af op wie niet kan blijven staan.
In april 1945 wordt er opnieuw een buitengewoon appèl gehouden. Twee dagen en twee nachten moeten de vrouwen rechtstaan. Dan worden ze overgedragen aan het Rode Kruis.
Via Denemarken gaat het naar Zweden, waar ze op krachten kunnen komen. Rachel weegt nog 30 kg. Allicht is ze ook het slachtoffer geworden van medische proeven.
Terug in België verneemt ze dat haar vader en haar broer overleden zijn.
Wie heeft hen verraden? Er werd weinig over gesproken. Haar laatste woorden waren: “Vrede aan de mensen van goede wil.”


​
In de woorden van Danny Neudt: dit zijn verhalen over het buitengewoon verzet van gewone mensen. Het is cruciaal dat we hun verhalen blijven vertellen.
De avond werd afgesloten met het lament dat elke dag onder de Menenpoort gespeeld wordt, door André Hauspie waarbij alle aanwezigen recht gingen staan uit respect voor de verzetshelden en wat hen overkomen is.